1. Concentreer je op wat je wél wilt – vaak zijn we gespitst op wat er fout kan gaan of zijn we bang te falen. En wat we onze aandacht geven, wordt groter. Dat werkt dus niet, maar hoe ga je dan wel om met je angst?
2. Deel je doel op in kleine stapjes. Net als je een lange reis in dagen opknipt met uitrusten en overnachten, zo kun je een groot doel ook in stukken opknippen. Veel doelen zijn vaak te groot om zo maar in één keer te halen. Niet voor niets dat, aan het behalen van een doel veel training vooraf gaat. Dus deel je doel op in handige stukken!
3. Ken je afleiders. Als het lastig wordt met het behalen van een doel, is het natuurlijk heerlijk om jezelf even af te leiden met iets leuks. Maar voor je het weet ben je je meer aan het afleiden, dan dat je bezig bent om je doel te halen. Heb je in de gaten hoe en waarmee je jezelf afleidt, dan kun je jezelf daarna meer sturen en jezelf een halt toeroepen.
4. Ken je ondermijners. Afleiden is nog één ding. Jezelf ondermijnen is een level erger! Eigenlijk ben je jezelf aan het saboteren. Ook hier geldt weer: ken je negatieve patronen, zie hoe je jezelf saboteert. En roep je jezelf tot de orde. Dit ondermijnen kan ook zo hardnekkig zijn, dat coaching soms handig is.
5. Rek je concentratie op. Focussen is ook hard werken. En dan helpt het om je uithoudingsvermogen voor focussen te versterken. En een sterke geest zit in een sterk lichaam. Dus je lijf fit(ter) maken gaat hier ook helpen.
6. Elke dag actie. Stop dreaming, start doing. Als je geen actie aan je focus koppelt, gebeurt er helemaal niets. En dat versterkt ook niet je zelfvertrouwen. Dus werk aan je actie-kracht!
7. Vier je (deel)succes. Motiveer jezelf, door elke stap die je maakt te vieren. Dat maakt dat de soms moeilijke reis naar een doel, regelmatig een ‘feestje’ oplevert en je nieuwe energie en moed geeft om door te pakken.