Er zijn plantaardige eiwitbronnen en dierlijke eiwitbronnen. Het aminozurenprofiel van plantaardige eiwitbronnen is minder gunstig in vergelijking met dierlijke. Gelukkig is dit op te lossen door slimme combinaties te maken, dan ontstaat een optimaal eiwitprofiel. De biologische becshikbaarheid van plantaardige eiwitten lijkt lager te zijn dan die van dierlijke eiwitten. daarom wordt vaak aanbevolen om 30% meer eiwitten te nemen als je geheel plantaardige voeding neemt.
Er bestaan ongeveer 20 verschillende aminozuren die in ons lichaam en de natuur voorkomen, waarvan er 8 essentieel zijn, wat wil zeggen dat we ze via voeding moeten binnenkrijgen. Uit deze 8 essentiële aminozuren kan ons lichaam de overige 12 zelf aanmaken. De aanwezigheid van deze essentiële aminozuren bepaalt de kwaliteit van een eiwitbron. Het aminozuur dat er het minste in zit, bepaalt hoeveel eiwit het lichaam kan gebruiken. Dit wordt het beperkende aminozuur genoemd.
Wat zijn zoal de beperkende aminozuren in plantaardige voeding? Granen bevatten weinig lysine en peulvruchten weinig methionine. Door granen en peulvruchten samen te eten, vullen ze elkaars tekort aan essentiële aminozuren aan. De granen voorzien in het methioninetekort van de peulvruchten, en de peulvruchten in het lysinetekort van de granen. Ze compenseren op deze manier elkaars aminozurentekorten. Voorbeelden hiervan zijn rijst met bonen, volkoren pita en hummus, gierst met linzen, zuurdesembrood en pindakaas, mais en bonen. Je kunt deze plantaardige voedingsmiddelen over enkele dagen verspreid afzonderlijk consumeren om aan je aminozurenbehoefte voldoen.
Uit onderzoek is gebleken dat plantaardige eiwitten gunstige effecten hebben voor de gezondheid van hart en bloedvaten, het risico op diabetes verlagen en de kans op kanker verlagen.
Langdurige te hoge eiwitinname is niet gezond. Dit kan namelijk weer leiden tot botverlies, nierfunctiestoornissen, gewichtstoename en een hoger risico op chronische ziekten zoals diabetes type 2 en nierproblemen. Te veel eiwit kan slecht zijn voor de botten omdat het de calciumuitscheiding verhoogt. Dit komt doordat bij de verbranding van eiwitten zuren worden gevormd die calcium uit het bot halen om de zuurgraad te neutraliseren. De risico's lijken groter bij dierlijke eiwitten dan bij plantaardige bronnen. Onderzoekers spreken van een hoge eiwitinname wanneer deze meer dan 25% van de energie-inname of meer dan 2 gram per kilogram lichaamsgewicht per dag bedraagt.